CONSENT helpt …...... met web-leren : werken met digitale lessen.

(http://www.basislink.nl/)

 

Nu internet voor alle basisscholen bereikbaar is gaat het werken hiermee een steeds grotere rol spelen in het onderwijs:

Leerlingen gebruiken het om te zoeken naar informatie voor werkstukken of spreekbeurten;

Leerlingen e-mailen en chatten met kinderen van andere scholen;

Leerkrachten zetten lessen op het net;

Scholen presenteren zich via hun home-page;

Veel onderwijsinstanties geven up-to-date informatie.

Consent - onderwijsbegeleiding wil de scholen helpen bij het inzetten van ICT in de dagelijkse praktijk. Als één van de mogelijkheden voor het werken met internet stelt zij de educatieve webcatalogus Basislink beschikbaar.

 

Basislink is een samenwerkingsverband op ICT-gebied tussen de Hogeschool Limburg, de openbare bibliotheek Parkstad en Consent-onderwijsbegeleiding.

De webwijzer wordt onderhouden door Geert Coenen ( ICT-beheerder van de openbare bibliotheek in Heerlen) en Ton Groeneweg (onderwijsbegeleider bij Consent, locatie Landgraaf)

 

 

Onderwijsportal als hulpmiddel

 

Om het nieuwe leren voor zowel de leerkracht als de leerling te ondersteunen heeft Consent-onderwijsbegeleiding de portal Basislink ontworpen.

 

Basislink bestaat uit een tweetal lijsten met webadressen: de linklijst voor leerlingen en die voor leerkrachten en ouders. Deze lijsten zijn gebaseerd op organisatorische en inhoudelijke thema's zoals die in het basisonderwijs een rol spelen.

 

Er zijn voor leerkrachten, ouders en pabo-studenten bruikbare sites met achtergrondinformatie verzameld. 

Voor de leerlingen zijn bij alle vak- en vormingsgebieden sites en weblessen bijeengebracht. Deze kunnen gebruikt worden bij internetlessen.

Internetlessen bevorderen de motivatie om te leren, omdat ze zowel op individueel als op groepswerk gericht zijn. Ze geven prima mogelijkheden  om te differentiëren en op eigen niveau te werken.

Daardoor veranderen de didactische aanpak en het klasmanagement.

De computer kunnen we op twee manieren inzetten in de les:

Als hulpmiddel : de pc wordt gebruikt als meetapparatuur , voor het maken van verslagen, als presentatiemiddel,  enz.

Als leermiddel : de pc ondersteunt het zoeken naar informatie en het verwerken van  deze informatie tot kennis. Daarnaast worden ook vaardigheden geleerd.

 

Web-leren :

 

Leren via internet wordt ook wel eens aangeduid met de term ‘e-learning’. Het begrip e-learning wordt echter ook gebruikt in situaties waar sprake is van leren met cd-roms/software en in situaties waar men leert in wereldwijde “communities” .

Om misverstanden te voorkomen kiest Basislink voor het begrip web-leren. Het gaat hierbij om leren dat wordt ondersteund door internettechnologie. De leerling staat hierbij centraal. Hij bepaalt zelf het leerpad, zijn leertempo, de kenmerken van de leeromgeving en de leermethode.

Daarnaast gaat het ook om het gebruik van het ‘web’ zelf bij het leren.

 

Basislink is vooral gericht op de mogelijkheden die web-leren biedt om buitenschoolse elementen binnen de schoolse context  te brengen. Hierdoor worden immers de leermogelijkheden verruimd.

Voor de leerlingen en leerkrachten is – naast vaardigheden als het kunnen bedienen van apparatuur, het inhoudelijk met geboden informatie omgaan (begrijpen, beoordelen en selecteren) en het toepassen van informatie in de eigen situatie – een belangrijke vaardigheid het aanbrengen van een scheiding tussen waardeloze en waardevolle informatie, tussen feiten en meningen. Het is dan ook van belang dat zij toegerust worden om ‘filtervaardigheden’ te ontwikkelen: een vaardigheid voor het omgaan met veel, verwarrende, complexe en nieuwe informatie van sterk variërende kwaliteit.

 

Web-leren drie betekenissen hebben :

Ten eerste : leren als het leggen van associaties waardoor er een mentaal kennisweb ontstaat,

Ten tweede : onderwijs vervat in webtechnologie,

Ten slotte :  het gebruik van het World Wide Web als wereld-omspannende "bibliotheek" en als educatieve omgeving.

Met name bij ICT-onderwijs neemt web-leren (in de tweede betekenis) een grote vlucht. Het mes snijdt bij ICT-onderwijs aan twee kanten: leerlingen en leerkrachten leren omgaan met innovatieve ICT-omgevingen en ze doen kennis en ervaring op met betrekking tot ICT bij de vak- en vormingsgebieden.

Dagelijks zijn miljoenen mensen voortdurend aan het webleren (in de derde betekenis). We krijgen via het web overzicht op wat er in de wereld gebeurt, downloaden software en leren dit gebruiken. We halen productinformatie op, vergelijken prijzen en gedragen ons als steeds kritischer informatieconsumenten.

Het web is te zien als een voorziening die een context biedt voor nieuwe vormen van leren, zowel binnen als buiten de school.

 

Ontstaansgeschiedenis van deze site

 

Basislink is gestart vanuit de begeleidingsaanpak op de OBS De Trampoline in Brunssum.

Opzet was om in de bovenbouw vanuit de zaakvakmethode leerlingen werkopdrachten te geven. Daartoe zouden  leerlingen informatie zoeken op het WWW.  Deze manier van werken sloot aan bij de internetcursus die de leerlingen volgden.

 

Als eerste stap werden de mogelijkheden van internet-als-onderwijsmiddel verkend. Daarbij bleek al snel dat er ook mogelijkheden lagen voor de onder- en middenbouw.

Globaal werden er vier functie’s onderscheiden :

-          Raadplegen

-          Communiceren

-          Produceren

-          Teleleren

 

Per functie werd bekeken wat dit voor wereldoriëntatie betekende.

 

            Raadplegen

 

In de onderbouw gaat het om jonge kinderen die nog niet kunnen lezen en zich in feite op het WWW  vermaken en verwonderen. Spelenderwijs leren jonge kinderen met de internetomgeving kennis te maken. Zo zoeken kinderen, samen met de leerkracht, bij het gebied “Het jaar rond” naar  tekeningen, versjes en activiteiten rond de herfst.

In de middenbouw wordt de vraag naar informatie door nieuwsgierigheid en interesse in de wereld groter. Internet gaat hier verder dan de grenzen van het documentatiecentrum. Kinderen gaan op zoek naar eigen (multimediale) informatiebronnen en maken korte werkstukken. Deze worden vaak nog door “knippen en plakken” vorm gegeven.

In de bovenbouw worden de mogelijkheden verder uitgediept. Een werkstuk bevat naast tekst en plaatjes ook geluid- en filmfragmenten. Er kan worden doorgelinkt naar de bronnen, zodat andere leerlingen op dit werkstuk kunnen doorbouwen. Zo leidt deze informatie weer naar nieuwe bronnen en zoekroutes.

Ook voor leerkrachten is het WWW een  bron voor informatie. Informatie die ter voorbereiding van lessen wordt gebruikt . Steeds meer onderwijsinstellingen, uitgeverijen en scholen bieden achtergrondinformatie (ter vervanging van handleidingen bij methoden) en suggestie’s voor activiteiten.

 

            Communiceren

 

Het realiseren van een realistische context binnen het onderwijs is door de komst van internet en e-mail organisatorisch gemakkelijker geworden.

Leerlingen kunnen via veel sites in direct contact komen met deskundigen. Een voorbeeld hiervan is de site van De Gouden Muis (www.goudenmuis.nl  ) waar kinderen kunnen chatten en e-mailen met de kinderboekenschrijver van de maand en kunnen meedoen aan een kinderjury.

Via ontdeknet (http://www.ontdeknet.nl/) kunnen kinderen samenwerken met experts aan juist die onderwerpen waar ze meer over willen leren.

 

Voor de bovenbouw kan het binnenhalen van de werkelijkheid met moderne technieken heel letterlijk worden uitgevoerd.  Bij e-mail en nieuwsgroepen geldt immers onafhankelijkheid van plaats en tijd.

Alle scholen zijn aangesloten op Kennisnet, waar gebruik gemaakt kan worden van kringen, waar leerlingen rond bepaalde thema’s met elkaar in contact komen. Een aantal openbare bibliotheken zijn dergelijke themakringen voor scholen in hun gebied aan het voorbereiden.

Ook voor leerkrachten geldt dat zij via een groot aantal forums elkaar informeren over gebruikerservaringen met educatieve software en andere onderwijskundige zaken.

Schriftelijke communicatie zal meer via internet verlopen. Steeds meer instanties, organisaties en besturen vragen gegevens via e-mail. Video-conferencing is een  voorbeeld van het gebruik van internet waarbij leerkrachten op een gemakkelijke wijze met elkaar in contact kunnen komen, omdat de afhankelijkheid van  plaats is verdwenen.

 

            Produceren

 

Internet biedt leerlingen ruimte om ook zelf informatie aan te bieden via een eigen homepage. Dit vraagt van de leerlingen nieuwe vaardigheden (welke informatie bied ik aan; op welke wijze; wie gaat dit lezen; enz.) en doet een beroep op hun creativiteit. Aspecten van vormgeving zijn daarbij zeker van belang. Schrijven voor internet is immers anders dan schrijven op papier.

Kinderen kunnen werkstukken openbaar maken. Met behulp van programma’s als jukebox en profilog (http://www.ikontdeknetjukebox.nl/ ) kunnen kinderen niet alleen informatie halen maar ook inbrengen. Anderen kunnen hier weer op voortborduren.

Ook voor leerkrachten is internet een nieuw medium dat verder ontdekt moet worden. Het geven van informatie is in eerste instantie vaak gericht op het presenteren van de eigen school aan de “wereld”. Deze informatie kan worden uitgebreid naar nieuwe thema’s en interessegebieden bijvoorbeeld via leerlingproducten of met een portal voor ouders.

De Scholenlijst (http://www.scholenlijst.nl/) geeft een overzicht van scholen die op internet staan.

 

            Teleleren

 

Voor teleleren zijn veel definities en termen in gebruik. Naast teleleren vinden we ook vaak de term afstandleren.

Wat je in ieder geval van teleleren kunt zeggen is dat het leerproces of onafhankelijk van tijd of onafhankelijk van plaats of onafhankelijk van de leerkracht of een combinatie hiervan is. Dat stelt hoge eisen aan de vormgeving van datgene wat “geleerd” moet worden.

Een voorbeeld : nu de ziekenhuisscholen opgeheven zijn en hun onderwijstaak overgenomen moet worden door de eigen leerkracht zullen steeds vaker langdurig zieke kinderen thuis of in het ziekenhuis via afstandsleren begeleid worden. Eenzelfde beweging is te zien bij de scholen voor de trekkende beroepsbevolking (kermis- en circuskinderen) en bij ouders die thuisonderwijs organiseren.

Voor leerkrachten gaat in toenemende mate  gelden dat cursussen voor een groot gedeelte via  internetkringen plaatsvinden. Op dit moment krijgen op de hogeschool Limburg, bij de nascholingscursus voor ICT-coördinator, de deelnemers hun opdrachten en modulestukken via een eigen kring toegeleverd. Zij overleggen hier met elkaar en becommentarieëren hun thuiswerk. Hierdoor is het aantal cursusbijeenkomsten drastisch teruggelopen.

 

Het vervolg :

 

Kees Schroijen (de ICT-er van OBS De Trampoline) en Ton Groeneweg (OBD Landgraaf) kregen de opdracht om de mogelijkheden van internet voor het team en de leerlingen te onderzoeken.

Als voorbereiding werden twee onderwerpen uit de geschiedenismethode uitgewerkt namelijk “Romeinen” en “Napoleon”.

Als eerste stap werd gekozen voor het “open” zoeken via de zoekmachines Alta Vista en Ilse.

Al snel bleek dat er op deze wijze er een aantal problemen ontstonden. Het grote aantal adressen (Ilse meer dan 700 en Alta Vista  6.000, resp. 161.000) maakten het niet gemakkelijk snel geschikte sites  te vinden. Uiteraard is het interessant de handboogschietvereniging De Romein uit Rotterdam of de lunchkaart van de high school uit Napoleon, Ohio te bekijken, maar het was niet erg efficiënt.

Ook de sexclub en het SM-standje die de naam Napoleon droegen voldeden niet echt aan onze bedoeling.

Verder was de informatie op sites die wel inhoudelijk aansloten op het thema vaak niet geschikt (engels, frans of een te hoog niveau).

We besloten dan ook het pad van het “vrije” zoeken te verlaten en zelf een klein aantal sites te selecteren, waarmee de leerlingen konden starten.

We wilden toe naar een “half-open” systeem. De leerlingen beginnen hun zoektocht vanuit een geselecteerde site en kunnen vandaaruit zelf op het WWW verder gaan : Basislink werd geboren.

Geschikte sites moeten aan een aantal criteria voldoen:

-          Kinderen moeten kunnen doorlinken. Sites die op zich geschikte informatie bevatten maar waar geen linkmogelijkheid is, voldoen dus niet.

-          Bij het doorlinken mogen kinderen niet op sex- en geweldsites terecht komen. Alle sites worden daarom tot op het derde niveau nagegaan. Blijven ze binnen het onderwerp, dan worden ze geselecteerd.

-          De inhoud van de sites moet aansluiten op de kerndoelen van het basisonderwijs. Dit criterium geeft meteen het niveau van informatie aan.

-          De inhoud moet aansluiten  op de inhoud van de methoden die scholen gebruiken. De kinderen krijgen per slot van rekening opdrachten vanuit de les die op dat moment in de klas aan de orde is.

-          De site moet mogelijkheden bieden om werkstukken te maken of spreekbeurten voor te bereiden.

-          Zo mogelijk wordt nagegaan wie de betreffende site onderhoudt. Een beheerder met een onderwijsachtergrond heeft de voorkeur. Ook moet duidelijk zijn dat de site geregeld vernieuwd wordt.

 

Opzet en inhoud van Basislink

 

Tijdens het zoeken naar sites die aansloten bij de lessen, kwamen we informatie tegen die op zich te moeilijk was voor de leerlingen, maar die toch goed, leuk en interessant was.

Vanuit andere scholen werd de vraag gesteld of de OBD niet een overzicht kon geven van sites die informatie bevatten die als extra achtergrond kon dienen bij de handleiding van methoden of die informatie gaven over schoolorganisatorische zaken. Toen er ook vragen van ouders kwamen naar informatie over opvoedings- en leerproblemen werd Basislink bijgesteld.

We besloten een vierdeling in de webwijzer-opbouw te maken:

-          een gedeelte voor leerlingen;

-          een gedeelte voor leerkrachten, begeleiders en pabo-studenten;

-          een gedeelte voor ouders;

-          een gedeelte met andere zoekmachines of webwijzers.

 

De opzet in de diverse rubrieken is , zo mogelijk, parallel opgezet tussen het leerling- en leerkrachtgedeelte.

 

 

LEERLINGGEDEELTE

 

 

LEERKRACHTGEDEELTE

 

 

Naar de leerlingsites

 

 

Internetlessen :

-         webkaart

-         webblad

-         webproject

-         webklassenwerk

 

webles

aart

sen :

E

 

Lesideeën

 

Lessuggestie’s

 

Leskisten

 

Open sites

 

 

Open sites

 

Op bezoek bij …..

 

 

(op bezoek bij …) Uitgeverijen

 

Schema : parallelopzet van leerling- en leerkrachtgedeelte

 

 

·         Het gedeelte voor de leerlingen

 

De links voor leerlingen dienen drie doelen:

1.       Leerlingen leren surfen. Daarbij moeten zij leren een goede, duidelijke vraag te stellen en daarbij een techniek  hanteren om de juiste sites te kiezen. Een belangrijk onderdeel is het omgaan met hyperlinks, die in veel documenten voorkomen. Leerlingen leren hoe zij in het internetbos geschikte paden  kunnen bewandelen en zo niet tussen de bomen verdwalen.

2.       Het WWW als onderwijsleermiddel : het  wordt gebruikt om verdiepende opdrachten uit te voeren vanuit de methoden die op school gebruikt worden. Samen met de leerlingen bepaalt de leerkracht welke opdrachten geschikt zijn om uit te voeren en op welke wijze die verwerkt worden.

De lessen zijn geschikt om leerlingen te helpen bij het voorbereiden van een werkstuk of een spreekbeurt. Zij geven het kader aan , waarmee een leerling verder kan werken.

3.       Thuiswerk : opvang van (langdurig) zieke kinderen. Door gebruik te maken van deze lessen kunnen zij op een zelf gekozen tijdstip bezig zijn met de onderwerpen die in de klas aan de orde komen. Ook kunnen leerlingen thuis zelfstandig verder werken aan thema’s die in de klas aan de orde zijn.

 

De rubrieken bij de links voor kinderen zijn ingedeeld volgens de vakken en de inhoud van de meest voorkomende methoden. De leerlingsites zijn dan ook geordend naar de indeling zoals de kerndoelen voor de vak- en vormingsgebieden die aangeven. 

Omdat de kerndoelen ook inhoudelijk een criterium zijn , zijn sites met een niet-onderwijsgerelateerde inhoud niet opgenomen.

Onder de kop “Algemeen” vinden kinderen cursussen en informatie over het werken met internet.

Voor de bovenbouw is een onderdeel “Voortgezet Onderwijs” toegevoegd. Hierin staan sites die informatie geven over de keuze voor een VO-school.

 

Omdat kinderen vaak niet denken (en dus zoeken) in de hiërarchische structuur van de kerndoelen is er een zoekmachine toegevoegd. Deze zoekmachine zoekt alleen in Basislink. Het is dus geen  rechtstreekse uitgang naar het WWW.

Op dit moment zoekt de machine alleen naar termen (onderwerpen) die in de  titels van de opgenomen sites staan.  Binnenkort wordt hij bijgesteld zodat leerlingen op onderwerpen die onder de titels liggen, kunnen zoeken.

 

Gebruik van de sites bij de vak- en vormingsgebieden.

 

Iedere rubriek bestaat uit drie onderdelen ( zie bovenstaand schema) :


Het eerste onderdeel zijn de internetlessen en de weblessen. Deze lessen zijn bedoeld als opstap, als middel om te leren informatie te vinden en te gebruiken.

 

Om kinderen te leren informatie op het wereldwijde web te zoeken en met die informatie ook daawerkelijk iets te doen, heeft Basislink internetlessen verzameld.

Hierbij hebben een tweetal overwegingen meegespeeld :

 

Weblessen zijn een eenvoudige vorm van een Electronische leeromgeving (ELO). Bij het werken met weblessen wordt de pc vooral als leermiddel gebruikt.

Weblessen zijn gestructureerde, dynamische, kant en klare lessen op internet die leerlingen gebruik laten maken van zoekstrategieën en internetbronnen. Het zijn praktische vaardigheidstrainingen voor het zoeken en verwerken van informatie. Ze zijn dus niet als “toetsen” bedoeld.

Weblessen bevatten zo realistisch mogelijke activiteiten: informatie op websites met elkaar vergelijken, een reis voorbereiden, snel informatie over een gemeente bij elkaar zoeken enz.

In de weblessen zit een opbouw: naarmate de leerlingen meer weblessen gemaakt hebben, wordt de hulp bij het zoeken steeds summierder : van webkaart tot webklassenwerk.

 

De leerlingen werken individueel of in tweetallen aan het beeldscherm of met uitgeprinte versies van de werkbladen. De docent en medeleerlingen geven feedback op het werk van de leerlingen en helpen hen, middels vragen, als ze er zelf niet uitkomen.

Weblessen kunnen ook thuis verwerkt worden. Na verwerking van de weblessen worden de

resultaten per e-mail teruggestuurd naar de leerkracht.

 

Er worden 4 typen weblessen (routes) onderscheiden. Zo kunnen leerlingen op hun eigen kunnen aangesproken worden.


Route 1 - De Webkaart : Eenvoudig werkblad voor de leerling om te leren informatie uit ėėn site te halen.

Een leerling zoekt individueel informatie. Dat gebeurt aan de hand van een aantal vragen op het werkblad. De antwoorden zijn letterlijk op de site te vinden. Vaak zijn de goede antwoorden bij de webkaart  gevoegd.

Voorbeeld : Wie, wat en hoe-vragen over kenmerken van dieren die je in een dolfinarium kunt vinden;

 

Route B - Het webblad : Een les voor de leerling om zelfstandig te verwerken. De leerling moet aan de hand van vragen informatie zoeken. Hij kan verder surfen op het net.

Naast letterlijk te beantwoorden vragen zijn er ook meningsvragen geformuleerd. De leerling zoekt informatie bij meerdere sites..

Er is een vaste werkstructuur : Inleiding – opdracht  – werkblad – toetsje.

Voorbeeld : Zoek informatie over 4 enge dieren : Tijger; spinnen, slangen en haaien.

 

Route C - Het webproject : Een webproject wordt in tweetallen of in de tafelgroep uitgevoerd.

De leerlingen krijgen opdracht om een product (werkstuk, maquette, onderzoeksverslag, ...) te maken

Ook hier wordt via een vaste struktuur gewerkt : Inleiding  - opdracht – verwerking – infobronnen – beoordeling – afsluiting.

Samenwerken en taakverdeling spelen hierbij een rol. Er wordt een beperkt aantal infobronnen (sites) gebruikt.

Vaak zijn er ook suggesties voor de leerkracht opgenomen.

Voorbeeld : Ontwerp voor het WNF een campagne, waarin je een breed publiek opmerkzaam maakt op het uitsterven van diersoorten. Maak een infomiddel om dit duidelijk te maken ( powerpoint-presentatie, tentoonstelling, folders, tv-spot, ….)

In het tweetal of de tafelgroep worden taken verdeeld over het maken van een WNF-campagne. Leerlingen zoeken informatie over bedreigde diersoorten en ontwikkelen een informatiemiddel die in de campagne gebruikt gaat worden. Er wordt gebruik gemaakt van een veelheid aan (voorgeselecteerde) sites.

 

Route D - Webklassenwerk : Een serie lessen voor de gehele klassengroep,waarbij leerlingen complexere opdrachten moeten uitvoeren m.b.v meerdere sites. Vaak moeten zij een fictief probleem oplossen.

Met de hele klas wordt  aan een thema vorm gegeven. Na een taakverdeling in twee-tallen of in tafelgroepen verwerken leerlingen volgens een vaste structuur deelaspecten van het geschetste probleem. (taakverdelend werk).

Dat gaat verder dan alleen het zoeken van het antwoord op een vraag. Leerlingen moeten met een opdracht aan de slag die hun denken op een hoger plan brengt.

Een belangrijk doel is dan dat de leerlingen nieuwe kennis verwerven en die integreren in reeds aanwezige kennis.

 

Webklassenwerk is een gestructureerde leeractiviteit waarbij leerlingen gebruik moeten maken van informatie die op internet te vinden is. De webles zelf zorgt voor een structuur voor het uitwerken van de opdracht en daardoor ook de mogelijkheid voor leerlingen om een ongestructureerde leeromgeving als internet succesvol te gebruiken. Leerlingen ontwikkelen een eindproduct dat hun kennis over het probleem of onderwerp demonstreert. Het product kan zijn: een plan, rapport, voorstel, poster, (PowerPoint) presentatie, tentoonstelling, internetsite of een klassenwerkstuk.

Het is een onderzoeksgeoriënteerde activiteit waarin  informatie die leerlingen gebruiken afkomstig is van diverse bronnen op het internet. Het internet is meestal de voornaamste bron van informatie, maar ook meer traditionele bronnen als tijdschriften, kranten en encyclopedieën kunnen gebruikt worden.

Kinderen leren actief: ze kiezen, ze produceren en ontwerpen, ze presenteren en ze leren van en met elkaar. De onderzoeksvragen vereisen een actieve houding van de leerling en de docent. Leerlingen kunnen ook zelf onderzoeksvragen ontwerpen

 

Webklassenwerk is altijd volgens een vast sjabloon opgebouwd. Er is wel wat variatie in de benaming, maar inhoudelijk komt het vrijwel op dezelfde fasen neer:

Introductie : Waar gaat het over?

Taak : Wat moeten we doen?

Proces : Hoe moeten we het doen?

Bronnen : Waar kunnen we het vinden?

Evaluatie  : Waar moet het eindproduct aan voldoen?

Conclusie : Wat hebben we geleerd?

Webklassenwerk kan voor alle vakken gebruikt worden, maar is ook heel geschikt om met vakoverstijgende opdrachten aan de slag te gaan.

 

Voorbeeld: De klas krijgt een brief van de burgemeester: In onze stad willen we over een tijdje een dierentuin openen. De oppassers hebben jullie hulp nodig bij het uitkiezen van dieren. De oppasser heeft jullie hulp ook nodig om informatie te vinden over de dieren en hoe ze verzorgd moeten worden. Bij elke dier moet namelijk in de nieuwe dierentuin een beschrijving komen. Daar gaan jullie voor zorgen.

Het is de bedoeling dat leerlingen een product maken (een beschrijving voor bezoekers bij de kooi van de dieren), waarbij ze internet moeten gebruiken om achtergronden te vinden.Met de hele klas worden taken verdeeld. Leerlingen zoeken in themagroepen informatie over diersoorten. 

 

In het tweede onderdeel is een aantal inhoudelijke sites opgenomen. Hiermee kunnen leerlingen via opdrachten uit de op schoolgebruikte methoden gericht naar aanvullende informatie zoeken. Ze beginnen met deze sites, zodat ze bij hun zoektocht naar informatie op het open web binnen het thema blijven.

Tot slot is het via het derde onderdeel "Op bezoek bij ... " mogelijk een virtueel bezoek af te leggen aan een museum of een educatief centrum of ..... .

 

·         Het gedeelte voor leerkrachten, begeleiders en pabo-studenten

 

Dit linkoverzicht wil een goede ingang bieden naar informatie die aansluit bij de organisatie van de school en het gebruik van ICT in de klas.

Dit gedeelte van Basislink bestaat uit drie onderdelen :

 

1. Een organisatorisch deel, waarin sites over landelijk onderwijsbeleid, schoolorganisatie, zorgverbreding, onderwijssystemen  en uitgeverijen staan. Deze sites zijn vooral gezocht op basis van vragen van directies en onderwijsbegeleiders;

 

2. Een didactisch deel, waarin  algemene didactische aanpakken, het gebruik van ICT en suggesties voor het werken met jonge kinderen zijn opgenomen;

 

3. Een vakinhoudelijk deel, waarin alle vak- en vormingsgebieden zoals die in de WPO zijn opgenomen.

De sites geven inhoudelijke informatie die aansluit bij de handleiding van de gebruikte methode . Ook zijn hier lesbrieven en projectbeschrijvingen te vinden.

Net als bij de leerlingsites worden binnen deze rubrieken drie delen onderscheiden ( zie bovenstaand schema) :
Het eerste gedeelte bevat  een overzicht van lesideeën;

Het tweede gedeelte bestaat uit  een verzameling vakinhoudelijke links die bedoeld zijn als extra achtergrondinformatie bij de lessen uit methoden;

In het derde gedeelte gaat u virtueel op bezoek bij uitgeverijen om informatie te zoeken over hun leermiddelen .

 

Het is mogelijk vanuit een rubriek via een directe link naar het leerlingedeelte te gaan. Omgekeerd is dat niet mogelijk. Zo kunt u snel heen-en-weer gaan tussen het leerkracht – en het leerlinggedeelte.

Het is verstandig als leerkracht ook de sites in de linklijst voor kinderen te bekijken. Deze adressen zijn niet apart in de leerkrachtenlijst opgenomen.

Internetlessen

 

Op school wordt het web gebruikt als een digitale leeromgeving.

Een digitale leeromgeving maakt gebruik van  ICT, waarbij allerlei informatie wordt aangeboden en diverse communicatiemogelijkheden ten behoeve van het leerproces worden ingezet. Andere termen die gehanteerd worden zijn virtuele leeromgeving of elektronische leeromgeving (ELO).

Elo's worden op dit moment voornamelijk in het voortgezet en hoger onderwijs ingezet. Maar ze kunnen ook een meerwaarde hebben voor het primair onderwijs, naast de ‘normale’ manier van onderwijs.

Het woord leeromgeving geeft al aan waar het om gaat: een omgeving waarin geleerd kan worden. In het geval van een elektronische leeromgeving geen fysieke ruimte, maar een 'virtuele' ruimte. Elektronische leeromgevingen maken het mogelijk om flexibel, d.w.z. plaats- en tijdonafhankelijk te leren. Met een op het internet aangesloten PC kan men via een elo vanaf elke gewenste plaats - een werkplek thuis, een bibliotheek, een plek op school - en op elk gewenst tijdstip leren. In het basisonderwijs zullen leerlingen voornamelijk vanuit de school of de klas gebruik maken van hun elektronische leeromgeving. Voor het voortgezet onderwijs is de flexibele vorm van leren op afstand eerder mogelijk.

Een elektronische leeromgeving biedt docenten de mogelijkheid om elektronisch materiaal, oftewel onderwijsinhoud, aan te bieden. Daarbij gaat het niet alleen om tekst en plaatjes, maar ook om geluids- en videomateriaal en om multimediale simulaties.

 

Door het inzetten van internetlessen kan beter rekening worden gehouden met de specifieke behoeften en mogelijkheden van de leerlingen.

Redenen voor de inzet van een webles zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden met betrekking tot adaptief onderwijs en differentiatie, inspelen op zwakke en op hoogbegaafde leerlingen, contacten met ouders. Het biedt ook mogelijkheden voor e-learning voor langdurig zieke kinderen. Zij  kunnen via internetlessen gelijk blijven lopen met de inhoudelijke voortgang van hun klas.

 

Kenmerken van internetlessen.

Leerlingen kunnen op school en thuis opdrachten uit elk vakgebied en uit elke methode verwerken en daarvoor bronnen op het internet inschakelen. Zij kunnen deze eigen content afhankelijk van de opdracht zelfstandig of met begeleiding, individueel dan wel samenwerkend maken.
Methodeopdrachten vormen uitgangspunt en start van het werk. De lessen worden ingezet als verdiepingsstof.

 

·         Het gedeelte voor ouders

 

Dit site-overzicht handelt over opvoeding en over hulp voor kinderen met leerproblemen.

Dit deel van Basislink bestaat uit 4 onderdelen :

- Een algemeen gedeelte, waarin informatie over de rol van ouders in het onderwijs, onderwijsgidsen en wegwijzers voor het vinden van de juiste school.

- Een gedeelte over ouderverenigingen en ouderparticipatie.

- Een gedeelte over opvoeding, waarin sites met opvoedingsadviezen en met webringen waar ouders contact met elkaar kunnen zoeken.

- Een gedeelte waarin verwezen wordt naar instituten of ouderkringen, die ouders met kinderen die leer- of opvoedingsproblemen hebben daadwerkelijk ondersteunen.

 

Ook hier zijn het veelal sites, waar ouders via hyperlinks verder het WWW op kunnen.

 

·         Het gedeelte van andere webwijzers

 

Niet alle sites die in Basislink worden opgenomen voldoen aan onze criteria. Zo linken we o.a. door naar specifieke startpagina’s en andere webwijzers die ook verwijzen naar niet-onderwijskundige sites.

Vaak begeven die zich op hetzelfde terrein als Basislink. Toch zijn er verschillen. Basislink is geconstrueerd volgens schoolorganisatiemodellen en de inhoudelijke structuur van de kerndoelen, om aldus zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de dagelijkse onderwijspraktijk. Dit heeft tot gevolg dat een aantal leuke, motiverende of verzamelsites niet binnen Basislink passen. Voor bv. informatie of spelletjes over pokemon of skeelers moet je bij andere webwijzers , die zich meer richten op het gebruik van internet door kinderen thuis, zijn.

Daarom hebben we deze “concurrenten ” in een apart onderdeel opgenomen. Op deze manier ontstaat er een groot netwerk van webwijzers die zich richten op kinderen, leerkrachten en ouders.

 

Tot slot

 

Wij zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van in de portal opgenomen sites. Omdat we ervan uit gaan dat alle voor publiek toegankelijke informatie op internet openbaar is, wordt er van tevoren geen toestemming gevraagd aan eigenaren van sites voor het opnemen in de database.

Gebruik van informatie van deze website geschiedt geheel op eigen risico. Basislink is in geen geval aansprakelijk voor schade ontstaan uit het bezoeken van deze site of voor schade ontstaan uit verleende diensten of aangeboden materialen.

Hoewel Basislink er voor probeert te zorgen dat alles virusvrij op internet komt te staan is Basislink niet aansprakelijk voor eventuele schade die het gevolg is van het gebruik van documenten op deze website. Surfen op internet geschiedt altijd op eigen risico!